078-2034021 algemeen@3bplus.nl

Het kabinet heeft aan het begin van 2015 het systeem voor ouderenzorg ingrijpend gewijzigd. De wens is dat mensen langer thuis blijven wonen en meer zelf doen. Het doel is de toenemende zorgvraag binnen de ouderenzorg terug te dringen en kosten te besparen. Ouderen kunnen alleen nog worden opgenomen in een verzorgingshuis als ze een indicatie hebben gekregen dat ze ook echt 24 uur per dag verzorgd moeten worden. De rest kan begeleiding aan huis krijgen en moet een beroep doen op de eigen omgeving en spaargeld.

Gelukkig zijn veel ouderen gehecht aan de eigen woning, herinneringen en bezittingen. Zodoende geeft zo’n 90 procent aan het liefst in de eigen omgeving te blijven wonen in een woning naar keuze, zonder te verhuizen wanneer de behoefte aan zorg verandert. Vrijwel alle ouderen willen dus graag thuis oud worden. In de literatuur wordt dit thuis oud (willen) worden ook wel “aging in place” genoemd.

Ouderen moeten én willen langer thuis wonen. Om naar volle tevredenheid thuis te kunnen blijven wonen, vragen ouderen om wooncomfort en veiligheid. In dit artikel bespreken we nieuwe woonvormen en nieuwe technologie, die beiden ingezet kunnen worden om ouderen comfortabel en veilig zelfstandig in hun eigen woning te laten wonen. 

De woonwensen van ouderen

De senior wil een ruime, lichte en comfortabele woning met minstens twee slaapkamers en een groot balkon of onderhoudsvrije tuin, die het liefst gesitueerd is in de vertrouwde omgeving. Er wordt bij de woningkeuze rekening gehouden met de toegankelijkheid van de nieuwe woning, zo is twee derde van de verhuisgeneigden op zoek naar grondgebonden woningen en nultredenwoningen (zonder seniorenlabel). Veelal heeft een appartement de voorkeur, alhoewel deze trend ook duidt op een gebrek in aanbod van grondgebonden woningen. De belangrijkste omgevingskwaliteiten voor senioren bestaan uit voorzieningen en (de nabijheid van) sociale contacten. Ook de mogelijkheid tot de aanschaf van diensten gericht op gemak, (onderhoud aan de) woning en verzorging zijn van belang.

Door de toenemende vergrijzing stijgt de vraag naar woningen voor ouderen. Zelfs dusdanig dat er jaarlijks meer vraag dan aanbod te verwachten is. Tegelijkertijd blijken seniorenwoningen echter moeilijk verhuurbaar. Een mogelijke reden voor deze discrepantie ligt in het feit dat het labelen van woningen als geschikt voor senioren de doelgroep afschrikt. Belangrijker is echter nog dat het aanbod van woningen voor senioren niet aansluit op hun woonwensen. Zo worden aan de woningen voor ouderen hogere en andere eisen gesteld dan die tot dusverre de bouwproductie hebben gedomineerd. Vaak worden 65-plussers op de woningmarkt gezien als zorgvrager, terwijl deze mensen juist zelfstandig willen en kunnen wonen. Hierbij wordt veelal gedacht dat ouderen niet graag willen verhuizen naar een appartement. Dit terwijl de woonwens, zeker wanneer een appartement groot genoeg is en beschikt over voldoende slaapkamers en een ruim balkon, een ander beeld laat zien. Een ander van verschillen tussen woonwerkelijkheid en –wensen betreft de omgeving van de woning. Woningen worden geplaatst in een te rustige omgeving en de gevraagde voorzieningen liggen niet dichtbij genoeg. Verder zien we dat ouderen steeds meer mogelijkheden verkennen om in de eigen woning te blijven wonen. De grootste groep senioren kiest ervoor om oud te worden in de eigen woning. Het feit dat ouderen weinig verhuisgeneigd zijn, maakt dat de afzet van specifieke woonvormen voor senioren niet gegarandeerd is. Zo wordt de vraag naar klassieke ouderenwoning als zijnde tweekamerwoningen en verzorgde woonvormen sterk overschat. 

Onderzoek adviseert passende nieuwbouw binnen bestaande wijken en buurten, en aanpassingen aan de huidige voorraad. Bij de realisatie hiervan moet de focus onder meer liggen op gelijkvloerse woningen (zowel appartementen als grondgebonden woningen) en de inventarisatie van mogelijkheden met woningaanpassingen, hulpmiddelen en technologie. Ook moet dit aanbod voldoende comfortabel zijn, nabij het centrum en zorgvoorzieningen gesitueerd zijn, en betaalbaar gehouden worden. Daarnaast moet het toekomstige woonbeleid meer worden gericht op veeleisende woningzoekende ouderen die niet perse hoeven te verhuizen. Er moet aanbod voor hen geschapen worden dat bestaat uit comfortabele woningen op locaties nabij het centrum en zorgvoorzieningen, waarbij de huurprijs toch laag genoeg gehouden kan worden. Want ondanks dat de groep ouderen divers is, is een algemene visie op woonbeleid als rode draad een goed hulpmiddel. Om een dergelijke visie vorm te geven is het belangrijk om te weten wat er leeft onder ouderen; ze moeten gehoord worden. Wel is het zaak rekening te houden met de specifiekere vragen van bijvoorbeeld kwetsbare en allochtone ouderen.

Langer zelfstandig thuis blijven wonen in een prettige en veilige woonomgeving, met meer comfort en een gevoel van veiligheid, zonder de hoofdprijs te betalen… Om deze woonwensen mogelijk te maken naar (smart home-)technologie gekeken worden. Hiermee kunnen we bestaande woningen (langer) geschikt maken voor bewoning door ouderen. Tegelijkertijd zien we echter dat de woningmarkt vastzit, mede doordat er geen geschikte alternatieven voor ouderen zijn. Met andere woorden: ze houden woningen vast die voor andere woningzoekenden geschikt zijn, zodat deze mensen weer langer woningen bezetten die perfect zouden zijn voor starters. Om de woningmarkt te ontlasten, zien wij mogelijkheden in het ontwerpen en realiseren van nieuwe woonvormen voor ouderen, zoals bijvoorbeeld kleinschalig wonen en gemeenschappelijk wonen. Uiteraard kan ook in deze woonvormen gebruik worden gemaakt van technologie, die ouderen veilig, gezond en comfortabel helpt te wonen.

Ouderen wonen nieuwe woonvormen technologie hulpmiddelen

Nieuwe woonvormen

Kleinschalig wonen

Iemand met dementie kan lang thuis blijven wonen als er zo vroeg mogelijk gestart wordt met begeleiding én zorg op maat voor de dementerende en mantelzorgers, er langdurig een veilige omgeving thuis gecreëerd kan worden en de sociale participatie zolang mogelijk gewaarborgd blijft. Dit kan onder meer bereikt worden door gebruik te maken van huisaanpassingen en hulpmiddelen, zeker wanneer er gedegen samen wordt gewerkt door de betrokken instanties. Wanneer thuis wonen echt niet meer gaat, valt de keuze veelal op kleinschalig wonen. Deze woonvorm kenmerkt zich door de nadruk op een zo gewoon mogelijk leven, waarbij de woonomgeving als thuis voelt. 

Bij kleinschalig wonen, gaat het vaak om woningen waar 6 à 8 mensen met dementie terecht kunnen en waar het streven is om de verzorging te laten bestaan uit meer persoonlijke aandacht en een zo gewoon mogelijk leven. Tevens wordt getracht om zoveel mogelijk op de wens van de bewoner in te gaan. Ook probeert men verschillende activiteiten te organiseren waaraan mensen deel kunnen nemen. De opzet van kleinschalig wonen is dat mensen hun nieuwe leefomgeving als ‘thuis’ ervaren. Er wordt een echt huishouden gerund. Bij kleinschalig wonen hebben mensen een eigen appartement en kunnen ze gebruik maken van een gezamenlijke woon-/eetkamer. De verzorging bestaat uit professioneel personeel en vrijwilligers, die 24 uur per dag toezicht houden, en begeleiding en zorg bieden. 

Het ideaalbeeld houdt onder meer in: geen uniformen, geen kantoorruimte in huis, familieleden die meehelpen, bewoners die zelf huur betalen, medische zorg die vooral door de huisarts wordt gegeven, toegewijd personeel en geen slot op de deur. Het gaat om ruime woningen in een cluster van vier of zes die onderling gemakkelijk toegankelijk zijn. De voorziening bevindt zich in een levendige wijk waar winkels zijn en die dicht bij het centrum is gelegen. De moederinstelling ligt op afstand: dichtbij genoeg om snel bereikbaar te zijn, ver genoeg om een onafhankelijke huiselijke sfeer te creëren.

Het gaat kort gezegd om huiselijkheid, herkenbaarheid, overzichtelijkheid, een eigen ervaringswereld, en een veilige en vertrouwde omgeving. Kleinschaligheid is echter slechts een middel om dit te bereiken; de gegeven zorg en de attitude van de verzorgers is het allerbelangrijkste. Het komt aan op vakmanschap, maar tegelijk moet de verzorger de visie hierachter begrijpen. Er is een reden om te koken op de groep, namelijk: het bieden van herkenbare prikkels, zoals pruttelende koffie en andere kookgeluiden. 

Dementievriendelijke gemeenschappen 

Mensen met dementie willen als volwaardige burgers in hun wijk wonen en niet meer afgezonderd worden. Om hen zo goed mogelijk op te vangen, dient de samenleving gestimuleerd en geactiveerd te worden om een bijdrage te leveren in het realiseren van een open, warm en veilig woon- en leefklimaat. Uitgangspunt van een “dementievriendelijke gemeenschap” is dat dementerenden kunnen blijven meedraaien in de lokale gemeenschap, deel kunnen nemen aan het openbare leven, en zich veilig en vertrouwd thuis voelen in de eigen wijk. Dit wordt bewerkstelligd doordat mensen een grotere acceptatie ervaren en minder in een sociaal isolement terecht komen. Meer kennis over dementie bij de omgeving zal een stimulerend effect hebben op het vergroten van het sociale vangnet rond personen met dementie en mantelzorgers. Daarnaast kunnen mensen dankzij deze gemeenschappen langer thuis blijven wonen en zal hun levenskwaliteit toenemen, zodat de vraag naar voorzieningen en/of opname afgeremd wordt. 

In de wijk van de toekomst zullen burgers met beperkingen te midden van burgers zonder beperkingen wonen. Samen zullen ze gestalte geven aan het leven in de wijk en zich om elkaar bekommeren. Woningcorporaties zullen zich in de wijk buigen over de juiste huisvesting en gemeenten zullen zorgdragen voor een passend welzijnsaanbod. In de woonwijken zelf zal daarbij om meer complexe zorgverlening gevraagd worden, die niet meer primair intramuraal gegeven wordt. Technologische mogelijkheden en ontwikkelingen op medisch en verpleegkundig gebied maken de zorgverlening minder locatie-afhankelijk, zodat deze in de eigen woonomgeving ontvangen kan worden. Deze vermaatschappelijking naar meer dementievriendelijke gemeenschappen vereist: inspanningen van woningcorporaties op het gebied van levensloopbestendig bouwen, versterking van de thuiszorg, betere samenwerking tussen thuiszorg en institutionele zorg, proactief gemeentelijk beleid, goede welzijnsvoorzieningen, visionaire zorgverzekeraars, en een civil society met actieve inzet van familie en informele zorg, die daartoe wel goed ondersteund moet worden.

Gemeenschappelijk wonen

Gemeenschappelijk wonen is een woonvorm waarbij meerdere mensen (of zelfs meerdere huishoudens) ervoor kiezen om samen te wonen. De mensen beschikken daarbij echter nog wel over een eigen zelfstandige woning of wooneenheid. Dat we toch over gemeenschappelijk wonen spreken, heeft te maken met de gemeenschappelijke voorzieningen en ruimtes, die met elkaar gedeeld worden. Anders gezegd: gemeenschappelijk wonen is een woonvorm waarbij mensen er bewust voor kiezen om met elkaar te wonen, waarbij ze gemeenschappelijke voorzieningen en ruimten met elkaar delen, én over een eigen zelfstandige woning of wooneenheid beschikken.

De bewoners van een gemeenschappelijk wonen-project vormen samen een vereniging. Zij dragen samen de verantwoordelijkheid en bepalen bijvoorbeeld samen wie als nieuwe bewoner wordt toegelaten. De groep bepaalt zelf hoe de groep woont en leeft, zodat elke woongroep een eigen karakter heeft. Er zijn echter toch een aantal gedeelde eigenschappen te benoemen. Bij het gemeenschappelijk wonen staan zowel zelfstandigheid als saamhorigheid hoog in het vaandel. Er is sprake van saamhorigheid, maar is privacy ook een uitgangspunt. Daarnaast wordt er bij gemeenschappelijk wonen nagedacht over hoe zorg geregeld kan worden. Het betekent in ieder geval dat er bereidheid is tot gezamenlijke activiteiten en wederzijdse hulp. Het gaat daarbij vaak niet om mantelzorg, maar meer om burenhulp.

De Vereniging Gemeenschappelijk Wonen stelt dat gemeenschappelijk wonen van grote waarde kan zijn voor de samenleving en de verbinding tussen mensen. Zo houdt de woonvorm mensen langer zelfredzaam en gezond. Daarbij verhoogt het eveneens welbevinden, omdat het veiligheid bevordert en eenzaamheid tegengaat. Men spreekt in dat kader over ‘samen-redzaamheid’. In principe is gemeenschappelijk wonen niet aan leeftijd gebonden, maar in Nederland zijn veel projecten specifiek voor en door senioren. Binnen de Landelijke Vereniging Gemeenschappelijk Wonen van Ouderen (LVGO) zijn bijvoorbeeld ruim 150 projecten verenigd. De LVGO is van mening dat het gemeenschappelijk wonen grote (en aantoonbare) voordelen heeft: bewoners blijven bijvoorbeeld scherp en actief, en hebben het gevoel ergens bij te horen. Daarnaast kunnen mensen langer zelfstandig blijven wonen zonder te vereenzamen. 

Ouderen wonen nieuwe woonvormen technologie hulpmiddelen

Wonen met technologie 

Veiligheid

Technologie heeft een positief effect op de beperkingen van ouderen. Naarmate het cognitief en het fysiek functioneren van ouderen afneemt, verworden handelingen die voorheen zelfstandig fysiek verricht konden worden tot obstakels. De handelingen vallen niet langer (of lastig) uit te voeren. Ouderen willen deze handelingen echter wel graag blijven uitvoeren. Technologie maakt het mogelijk deze obstakels weg te nemen door ouderen te ondersteunen in het uitvoeren van de handeling of deze geheel over te nemen. Door deze ondersteuning neemt de kans op een onveilige situaties (binnen de handeling) af. Als resultaat stijgt het veiligheidsgevoel van ouderen en de veiligheid binnen de woning. Dat is bijvoorbeeld te zien bij valongevallen. Valongevallen zijn een van de meest voorkomende ongevallen onder ouderen. In 2015 belandde er bijvoorbeeld elke zes minuten een oudere op de Spoedeisende Hulp (SEH) na een valongeval. Van al deze ongevallen vond 45 procent in en rondom het huis plaats. Een groot percentage van deze ongevallen kan vermeden worden door het (preventief) inzetten van technologie, onder meer door handelingen te verlichten of over te nemen. Ook kun je denken aan sensoroplossingen. Gedacht wordt dat hiermee tot bijna 35 procent van alle valincidenten vermeden kan worden. Met technologie kunnen we dus fysiek en mentaal ongemak vermijden. Ook kunnen ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen en is er een groot financieel voordeel, doordat zorgkosten vermeden worden. De gemiddelde directe medische kosten van een valongeval onder ouderen, waarna een bezoek aan de Spoedeisende Hulp nodig is, bedragen bijna 9000 euro. Dit betekent dat het ook voor gemeenten voordelig is om te investeren in valpreventie. De implementatie van technologie in de ouderenzorg brengt zodoende een (gewenste) kostenbesparing met zich mee die niet ten koste gaat van de gezondheid én de veiligheid van de hulpbehoevende.

 Als tweede voorbeeld noemen we een communicatiesysteem dat in contact staat met de zorgcentrale. Dit systeem maakt het mogelijk om te allen tijde hulp van buitenaf in te roepen zonder gebruik te hoeven maken van een telefoon. Zeker wanneer dit systeem gecombineerd wordt met een inactiviteitsmeting maakt het ouderen minder afhankelijk van anderen. Zonder een dergelijk systeem moeten zorgverleners of familieleden regelmatig langs komen om te kijken of alles nog goed gaat. Wanneer een op afstand bedienbaar slot ook wordt opgenomen in het systeem is het voor verzorgers gemakkelijker om bij noodgevallen de woning te betreden. De zorgcentrale kan bijvoorbeeld ook het slot op afstand openen. Om ouderen veilig en gezond te houden, kunnen verder elektronische meldsystemen geïnstalleerd worden. Bij inbraak of brand leggen deze systemen automatisch contact met een alarmcentrale. Een ander voorbeeld betreffen sensoren die de verlichting in de hal en badkamer automatisch doen aangaan bij binnenkomst. Hiermee wordt de kans op vallen en struikelen verkleint.

Gezondheid

Technologie helpt om de kwaliteit van leven en zorg te verbeteren. Technologie wordt gezien als (deel)oplossing in het veranderende zorglandschap dat moet omgaan met vergrijzing, een toename van het aantal chronisch zieken en stijgende zorgkosten. Technologie is onmisbaar als de zorg beter, persoonlijker en goedkoper moet worden. Om de zorgkosten te remmen, kan technologie ingezet worden. Als voorbeeld noemen we het thuis monitoren van patiënten, waardoor zij veel minder vaak naar het ziekenhuis hoeven. Zorgpersoneel hoeft overigens niet direct te vrezen voor hun baan, want de zorgmarkt groeit nog steeds en een deel van de zorg blijft mensenwerk. Neem oudere mensen die steeds langer thuis blijven. Ruim 85% van alle (kwetsbare) ouderen verblijft thuis en een behoorlijk deel daarvan doet een beroep op zorg. Het noodzakelijke personeel is echter niet beschikbaar, zodat de werkdruk ongezond hoog is. Technologie is dan een waardevolle vervanging voor menselijke arbeid.

Ook voor de oudere zelf is het vaak fijn om de zorgverlener minder vaak te moeten bezoeken. Dat geldt zeker voor langdurig of chronisch zieke patiënten, die vaak voor controles moeten langskomen. Vaak zijn er op dat moment echter helemaal geen klachten. Het is niet zinnig om deze mensen meerdere keren per jaar op te roepen. Daar komt nog bij dat het ook voor de patiënt vervelend is wanneer (achteraf) blijkt dat een bezoek overbodig was. Aan de andere kant is het echter vaak lastig om snel een afspraak te maken als er wel problemen optreden. Middels technologie kunnen we verergering van klachten direct signaleren en voorkomen, en hoeven we niet onnodig in te grijpen, of pas in te grijpen als het al te laat is. Door het monitoren van het gedrag en functies van ouderen, worden ook ongezonde handelingen gedetecteerd, waarna hierop ingespeeld kan worden. Ook hoef je dankzij een e-consult geen drie weken meer te wachten op een afspraak én kun je zelf (of je zorgverleners) je gezondheid continu monitoren. Technologie biedt een goede invulling voor zelfmanagement, in een eigen tempo en op een zelfgekozen tijdstip. Ook maakt het ouderen bewuster van hun eigen gezondheid. Zij leren hun klachten herkennen en krijgen inzicht in hun eigen functioneren. Technologie geeft ouderen ondersteuning voor zelfredzaamheid. Het gebruik van technologie kan screening en diagnostiek verbeteren doordat de oudere over meer zelfinzicht beschikt. Er zijn tal van applicaties en online coaches beschikbaar om zorggebruikers naar een gezondere leefstijl te begeleiden. De zorgverlener wordt ook steeds vaker als coach gezien, die de zorgvrager kan begeleiden. Technologie biedt extra informatie en oefeningen voor de oudere. Daarbij komen ook praktische voordelen, zo kunnen ouderen (reis)tijd besparen door zaken online te regelen en kan informatie zo vaak als gewenst nagelezen worden. Ook is er bijvoorbeeld (laagdrempelig) lotgenotencontact mogelijk. Technologie verbetert het bepalen van de gezondheidstoestand van ouderen, omdat de kwaliteit en variëteit van informatie naar de zorgverlener verbeterd wordt. De combinatie van deze accurate voorspellers van gezondheidsrisico’s en up-to-date informatie zorgt (tezamen met alarmsystemen) voor betere beslissingen van zorgverleners. Ook zijn zorgverleners in staat veel meer mensen in een kortere tijd bij te staan en bijvoorbeeld reiskosten uit te sparen. 

Kwaliteit van leven 

Kwaliteit van leven wordt bepaald door diverse dimensies. Naast gezondheid en veiligheid leveren ook gemak en comfort een belangrijke bijdrage. De technologie die ouderen van gemak en comfort voorziet, wordt ook wel eens omschreven als “luxeproduct“. Met deze term wil men vooral het verschil met toepassingen voor gezondheid en veiligheid benadrukken. Ook comfort en veiligheid liggen echter in elkaar verlengde, net als veiligheid en gezondheid. Diverse toepassingen zijn ontworpen om handelingen over te nemen en de benodigde inspanning te verminderen. Eén op de drie 65-plussers ervaart beperkingen bij het uitvoeren van zogenoemde algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Dit zijn de handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. Bij het aantal 75-plussers heeft 50 procent problemen bij het uitvoeren van deze levensverrichtingen. Door ouderen hierbij te ondersteunen neemt zowel het wooncomfort als de veiligheid toe. Neem op sensoren gebaseerde verlichting die schaduwen wegneemt, waardoor het valgevaar daalt. Diezelfde verlichting zorgt echter eveneens voor gemak, aangezien ouderen geen lichtknop meer in hoeven te drukken. Andere voorbeelden zijn onder meer te vinden op gebieden als entertainment en verwarming. Technologie vormt de verbinding tussen het veilig en comfortabel thuis wonen, en het wegnemen/reduceren van beperkingen en ongelukken.

Technologie kan hiermee de zelfredzaamheid verhogen. Onder meer ook omdat er met technologie voorkomen kan worden dat ouderen naar een verzorgingstehuis moeten verhuizen. Ook kun je bijvoorbeeld denken aan het vergroten van zelfstandigheid door de bovenverdieping toegankelijk te maken, het gebruik van de telefoon te vergemakkelijken en ondersteuning te bieden bij het openen van deuren. De mate van zelfredzaamheid bepaalt voor een groot gedeelte of ouderen thuis willen blijven wonen. Ouderen die hoge mate van zelfredzaamheid ervaren en daar veel waarde aan hechten, willen het vaakst in de eigen woning blijven wonen. Als we spreken over kwaliteit van leven mogen we ten slotte ook sociale interactie en maatschappelijke participatie niet vergeten. Veel ouderen voelen zich eenzaam. Het gemis van sociale interactie heeft een groot negatief effect op kwaliteit van leven. Technologie kan ingezet worden als hulpmiddel tegen vereenzaming van ouderen, zo helpt het om gemakkelijker in contact met anderen te komen. Denk hierbij aan videobellen, sociale robots en (VR-)games. 

Virtuele woongemeenschappen

In de vorige paragraaf bespraken we het zelfstandig wonen met technologische hulpmiddelen. Deze hulpmiddelen kunnen echter natuurlijk ook ingezet worden bij andere woonvormen, zoals het gemeenschappelijk wonen. Er worden over de gehele wereld zelfs al high tech appartementencomplexen met smart home-technologie gebouwd, speciaal om ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig en comfortabel te blijven wonen. Deze complexen staan in sommige gevallen in contact met de smart city-technologie in de rest van de stad. Technologie kan ouderen ook helpen zich te verenigen in een Virtuele Woongemeenschap. Dit is een woongemeenschap die onderling contact heeft via technologie, waaronder bijvoorbeeld het internet. Door beeldbelcontact kunnen de deelnemers elkaar spreken (en desgewenst ook zien). De deelnemers binnen de Virtuele Woongemeenschap vinden het belangrijk om naar elkaar om te kijken, bijvoorbeeld door elkaar te helpen bij het kiezen van oplossingen voor zorg en dienstverlening, en het gebruik van thuistechnologie. 

In onze blog lees je meer artikelen over maatschappelijke issues rondom wonen.
Ook verwijzen we je graag naar onze whitepaper over ouderen en wonen. Daarin gaan we uitgebreider in op wonen met technologie en nieuwe woonvormen.
Bronnen voor dit artikel over ouderenzorg, nieuwe woonvormen en wonen met technologie. 

Share This