Als thuis blijven wonen met dementie niet meer gaat

Veel ouderen met dementie willen graag thuis blijven wonen. In deze serie laten we zien welke rol mantelzorgers, hulpmiddelen en instanties hierbij kunnen spelen. Er kan echter een moment komen dat de dementerende toch moet verhuizen. In laatste artikel gaan we in op de verschillende woonvormen, waarbij we extra aandacht besteden aan het kleinschalig wonen voor mensen met dementie. Ten slotte ronden we deze serie af met een conclusie.

Woonvormen voor mensen met dementie

Veel dementerenden kunnen zich prima redden in hun woning. Zeker degenen die nog een partner hebben en/of gebruik maken van huisaanpassingen en hulpmiddelen, en gesteund worden vanuit de woonomgeving. Er kan echter een moment komen, waarop het toch niet meer mogelijk is om in de eigen woning te blijven. Voorheen werd er in deze situatie vooral gekozen voor een verpleeghuis.

De positie van het publiek is opvallend: men is niet gelukkig met het instituut verpleeghuis. Zij hebben veelal het gevoel hun geliefde op te bergen of af te staan. Zorg bij dementie moet liefdevol en respectvol zijn, in een huiselijke sfeer en met vertrouwde dingen om je heen. Het behoud van kwaliteit van leven voor zowel de persoon met dementie als voor de mantelzorger komt steeds meer centraal te staan en wordt steeds meer richtinggevend bij het kiezen van oplossingen. Om een optimale kwaliteit van leven te bereiken, blijft zorgverlening noodzakelijk. Maar daarnaast komen ook aspecten als zingeving, en behoud van autonomie, leefomgeving, leefwijze en sociaal netwerk alsmede maatschappelijke participatie op de voorgrond te staan.

De veranderende zorg voor dementerenden

De zorg is volop in beweging. Zo worden grootschalige intramurale instellingen verbouwd, waarbij wordt gezocht naar een herbestemming, en vindt er een grootschalige extramuralisering plaats. De keuze valt tegenwoordig veel meer op kleinschalige woonvormen, waarin diensten en zorg geregeld kunnen worden. Steeds meer verpleeghuizen nemen inhoudelijk gezien de visie van kleinschaligheid over. Bijvoorbeeld wat betreft het wonen als een ‘gezin’, de huiselijke sfeer en het koken op de groep. Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van sociale wijkteams, de preventie van eenzaamheid en het versterken van het algehele welzijn. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: aandacht hebben/krijgen en direct intermenselijke contactmomenten, en het wonen in een vertrouwde buurt.

Kleinschalig wonen voor mensen met dementie

Bij kleinschalig wonen, gaat het vaak om woningen waar 6 à 8 mensen met dementie terecht kunnen en waar het streven is om de verzorging te laten bestaan uit meer persoonlijke aandacht en een zo gewoon mogelijk leven. Tevens wordt getracht om zoveel mogelijk op de wens van de bewoner in te gaan. Ook probeert men verschillende activiteiten te organiseren waaraan mensen met dementie deel kunnen nemen. De opzet van kleinschalig wonen is dat mensen met dementie hun nieuwe leefomgeving als ‘thuis’ ervaren. Er wordt een echt huishouden gerund. Bij kleinschalig wonen hebben mensen een eigen appartement en kunnen ze gebruik maken van een gezamenlijke woon-/eetkamer. De verzorging bestaat uit professioneel personeel en vrijwilligers, die 24 uur per dag toezicht houden, en begeleiding en zorg bieden.

Wat is kleinschalig wonen?

Het ideaalbeeld houdt onder meer in: geen uniformen, geen kantoorruimte in huis, familieleden die meehelpen, bewoners die zelf huur betalen, medische zorg die vooral door de huisarts wordt gegeven, toegewijd personeel en geen slot op de deur. Het gaat om ruime woningen in een cluster van vier of zes die onderling gemakkelijk toegankelijk zijn. De voorziening bevindt zich in een levendige wijk waar winkels zijn en die dicht bij het centrum is gelegen. De moederinstelling ligt op afstand: dichtbij genoeg om snel bereikbaar te zijn, ver genoeg om een onafhankelijke huiselijke sfeer te creëren.

Het gaat kort gezegd om huiselijkheid, herkenbaarheid, overzichtelijkheid, een eigen ervaringswereld, en een veilige en vertrouwde omgeving. Kleinschaligheid is echter slechts een middel om dit te bereiken; de gegeven zorg en de attitude van de verzorgers is het allerbelangrijkste. Het komt aan op vakmanschap, maar tegelijk moet de verzorger en ook weer gewone dingen doen en de visie hierachter begrijpen. Er is een reden om te koken op de groep, namelijk: het bieden van herkenbare prikkels, zoals pruttelende koffie, de schroeilucht van een strijkijzer, kookgeluiden.

Conclusie – thuis blijven wonen met dementie

Iemand met dementie kan lang thuis blijven wonen als er zo vroeg mogelijk gestart wordt met begeleiding én zorg op maat voor de dementerende en mantelzorgers, er langdurig een veilige omgeving thuis gecreëerd kan worden, en de sociale participatie zolang mogelijk gewaarborgd blijft. Dit kan onder meer bereikt worden door gebruik te maken van huisaanpassingen en hulpmiddelen, zeker wanneer er gedegen samen wordt gewerkt door de betrokken instanties. Wanneer thuis wonen echt niet meer gaat, valt de keuze veelal op kleinschalig wonen. Deze woonvorm kenmerkt zich door de nadruk op een zo gewoon mogelijk leven, waarbij de woonomgeving als thuis voelt.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Wat is dementie – de symptomen van dementie

Deel 2 – Thuis wonen met dementie – mantelzorgers

Deel 3 – Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie

Deel 4 – Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties

Infographic – Thuis blijven wonen met dementie