Het belang van internet voor studentenhuisvesters

Het belang van internet voor studentenhuisvesters

Geen studie zonder internet

In deze serie artikelen bespreken we het belang van internet. Internet is tegenwoordig zelfs een basisvoorziening, zowel voor particulieren als voor het bedrijfsleven. Ook studenten hebben belang bij internet. Studenten willen daar zorgeloos en voordelig internetten, zeker aangezien studeren zonder internet niet gaat. Voor studie, communicatie en vermaak willen studenten altijd beschikken over snel internet. Zodoende is het voor studentenhuisvesters van belang internet te bieden. In dit artikel bespreken we dit belang van internet voor studentenhuisvesters.

 

Internet voor studentenhuisvesters – informatie

Studenten kunnen het internet gebruiken voor research over elk denkbaar onderwerp. Zeker aangezien kennis snel verandert, verouderen boeken snel, terwijl informatie online veel beter up to date gehouden kan worden. Ook zijn informatiebronnen in hun niet-digitale vorm schaars, hetgeen online geen rol speelt. Daarnaast vergemakkelijkt het databewerking en het uitvoeren van onderzoek.

Studenten kunnen niet zonder internet - internet voor studentenhuisvesters

 

Internet voor studentenhuisvesters – online studie

Het internet zorgt ervoor dat tijd en plaats geen beperkende factoren meer zijn, zodat er gemakkelijker samengewerkt en geïnteracteerd kan worden met docenten. Daarnaast zijn online opdrachten in te leveren, vakken te volgen en proeftentamens af te leggen. Zelfs het inschrijven voor je studie en het checken van je cijfers dient online te gebeuren. Het internet is compleet geïntegreerd in de studie.

 

Internet voor studentenhuisvesters – positieve impact

Studenten kennen het internet veel voordelen toe, zo vindt 80% van de studenten dat het internet een positieve impact heeft gehad op hun studie-ervaring, geeft 75% aan het internet te verkiezen boven de bibliotheek en stelt bijna 50% dat digitale contactvormen hen in staat hebben gesteld vragen te stellen aan docenten die zij in de collegezaal niet gesteld zouden hebben.

 

Internet voor studentenhuisvesters – studieresultaten en skills

De voordelen van het internet heeft ook een concreet effect op de studieresultaten van studenten, zo studeren studenten met toegang tot breedbandinternet in hun woning vaker af en behalen zij betere resultaten op tentamens. Daarnaast vragen banen tegenwoordig ook veel technische skills, die studenten opdoen door het internet te gebruiken.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Het belang van internet: communicatie, informatie en meer
Deel 2 – Het belang van internet voor recreatie en hospitality
Deel 3 – Het belang van internet voor de zorg
Infographic – Het belang van internet voor vier sectoren
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen internet

Recent Posts

Infographic: thuis blijven wonen met dementie

Infographic: thuis blijven wonen met dementie

Ook ouderen met dementie blijven graag zo lang mogelijk thuis wonen. Dit heeft echter voor- en nadelen. Waar voorheen vaak werd gekozen voor opname een verpleeghuis is het tegenwoordig met behulp van huisaanpassingen en steun vanuit diverse instanties mogelijk om zowel de dementerende als de betrokken mantelzorger te ondersteunen, zodat oud worden in eigen huis beter mogelijk wordt. De combinatie van deze drie factoren (mantelzorgers, huisaanpassingen en hulp vanuit instanties) maakt dit langer thuis wonen grotendeels mogelijk. In deze infographic komen ze alle drie aan bod, te beginnen met mantelzorgers die helaas veelal wel negatieve effecten van het verzorgen van hun dementerende naaste ervaren. Daarna gaan we in op de inzet van huisaanpassingen en hulpmiddelen voor mensen met dementie. Het is echter ook van belang te zorgen voor dementievriendelijke gemeenschappen. Er kan echter een moment komen dat de dementerende toch moet verhuizen. Zodoende gaan we ook in op het kleinschalig wonen voor mensen met dementie.

Infographic: thuis blijven wonen met dementie

 

Deze infographic artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Wat is dementie – de symptomen van dementie
Deel 2 – Thuis wonen met dementie – mantelzorgers
Deel 3 – Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie
Deel 4 – Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties
Deel 5 – Woonvormen voor mensen met dementie – kleinschalig wonen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen dementie

Recent Posts

Woonvormen voor mensen met dementie – kleinschalig wonen

Woonvormen voor mensen met dementie – kleinschalig wonen

Als thuis blijven wonen met dementie niet meer gaat

Veel ouderen met dementie willen graag thuis blijven wonen. In deze serie laten we zien welke rol mantelzorgers, hulpmiddelen en instanties hierbij kunnen spelen. Er kan echter een moment komen dat de dementerende toch moet verhuizen. In laatste artikel gaan we in op de verschillende woonvormen, waarbij we extra aandacht besteden aan het kleinschalig wonen voor mensen met dementie. Ten slotte ronden we deze serie af met een conclusie.

 

Woonvormen voor mensen met dementie

Veel dementerenden kunnen zich prima redden in hun woning. Zeker degenen die nog een partner hebben en/of gebruik maken van huisaanpassingen en hulpmiddelen, en gesteund worden vanuit de woonomgeving. Er kan echter een moment komen, waarop het toch niet meer mogelijk is om in de eigen woning te blijven. Voorheen werd er in deze situatie vooral gekozen voor een verpleeghuis.

De positie van het publiek is opvallend: men is niet gelukkig met het instituut verpleeghuis. Zij hebben veelal het gevoel hun geliefde op te bergen of af te staan. Zorg bij dementie moet liefdevol en respectvol zijn, in een huiselijke sfeer en met vertrouwde dingen om je heen. Het behoud van kwaliteit van leven voor zowel de persoon met dementie als voor de mantelzorger komt steeds meer centraal te staan en wordt steeds meer richtinggevend bij het kiezen van oplossingen. Om een optimale kwaliteit van leven te bereiken, blijft zorgverlening noodzakelijk. Maar daarnaast komen ook aspecten als zingeving, en behoud van autonomie, leefomgeving, leefwijze en sociaal netwerk alsmede maatschappelijke participatie op de voorgrond te staan.

De veranderende zorg voor dementerenden

De zorg is volop in beweging. Zo worden grootschalige intramurale instellingen verbouwd, waarbij wordt gezocht naar een herbestemming, en vindt er een grootschalige extramuralisering plaats. De keuze valt tegenwoordig veel meer op kleinschalige woonvormen, waarin diensten en zorg geregeld kunnen worden. Steeds meer verpleeghuizen nemen inhoudelijk gezien de visie van kleinschaligheid over. Bijvoorbeeld wat betreft het wonen als een ‘gezin’, de huiselijke sfeer en het koken op de groep. Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van sociale wijkteams, de preventie van eenzaamheid en het versterken van het algehele welzijn. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: aandacht hebben/krijgen en direct intermenselijke contactmomenten, en het wonen in een vertrouwde buurt.

Als thuis wonen met dementie niet meer gaat, is kleinschalig wonen een optie

 

Kleinschalig wonen voor mensen met dementie

Bij kleinschalig wonen, gaat het vaak om woningen waar 6 à 8 mensen met dementie terecht kunnen en waar het streven is om de verzorging te laten bestaan uit meer persoonlijke aandacht en een zo gewoon mogelijk leven. Tevens wordt getracht om zoveel mogelijk op de wens van de bewoner in te gaan. Ook probeert men verschillende activiteiten te organiseren waaraan mensen met dementie deel kunnen nemen. De opzet van kleinschalig wonen is dat mensen met dementie hun nieuwe leefomgeving als ‘thuis’ ervaren. Er wordt een echt huishouden gerund. Bij kleinschalig wonen hebben mensen een eigen appartement en kunnen ze gebruik maken van een gezamenlijke woon-/eetkamer. De verzorging bestaat uit professioneel personeel en vrijwilligers, die 24 uur per dag toezicht houden, en begeleiding en zorg bieden.

Wat is kleinschalig wonen?

Het ideaalbeeld houdt onder meer in: geen uniformen, geen kantoorruimte in huis, familieleden die meehelpen, bewoners die zelf huur betalen, medische zorg die vooral door de huisarts wordt gegeven, toegewijd personeel en geen slot op de deur. Het gaat om ruime woningen in een cluster van vier of zes die onderling gemakkelijk toegankelijk zijn. De voorziening bevindt zich in een levendige wijk waar winkels zijn en die dicht bij het centrum is gelegen. De moederinstelling ligt op afstand: dichtbij genoeg om snel bereikbaar te zijn, ver genoeg om een onafhankelijke huiselijke sfeer te creëren.

Het gaat kort gezegd om huiselijkheid, herkenbaarheid, overzichtelijkheid, een eigen ervaringswereld, en een veilige en vertrouwde omgeving. Kleinschaligheid is echter slechts een middel om dit te bereiken; de gegeven zorg en de attitude van de verzorgers is het allerbelangrijkste. Het komt aan op vakmanschap, maar tegelijk moet de verzorger en ook weer gewone dingen doen en de visie hierachter begrijpen. Er is een reden om te koken op de groep, namelijk: het bieden van herkenbare prikkels, zoals pruttelende koffie, de schroeilucht van een strijkijzer, kookgeluiden.

 

Conclusie – thuis blijven wonen met dementie

Iemand met dementie kan lang thuis blijven wonen als er zo vroeg mogelijk gestart wordt met begeleiding én zorg op maat voor de dementerende en mantelzorgers, er langdurig een veilige omgeving thuis gecreëerd kan worden, en de sociale participatie zolang mogelijk gewaarborgd blijft. Dit kan onder meer bereikt worden door gebruik te maken van huisaanpassingen en hulpmiddelen, zeker wanneer er gedegen samen wordt gewerkt door de betrokken instanties. Wanneer thuis wonen echt niet meer gaat, valt de keuze veelal op kleinschalig wonen. Deze woonvorm kenmerkt zich door de nadruk op een zo gewoon mogelijk leven, waarbij de woonomgeving als thuis voelt.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Wat is dementie – de symptomen van dementie
Deel 2 – Thuis wonen met dementie – mantelzorgers
Deel 3 – Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie
Deel 4 – Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties
Infographic – Thuis blijven wonen met dementie
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen dementie

Recent Posts

Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties

Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties

Dementerenden thuis laten wonen – deel 3

Mensen met dementie willen veelal zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Zoals we in eerdere artikelen bespraken, is met behulp van mantelzorgers, huisaanpassingen en steun vanuit diverse instanties tegenwoordig vaak ook daadwerkelijk mogelijk. Het is echter ook van belang te zorgen voor dementievriendelijke gemeenschappen. In dit artikel geven we een definitie van deze dementievriendelijke gemeenschappen en laten we zien welke rol instanties in het creëren ervan kunnen spelen.

Welke rol spelen instanties bij het opzetten van dementievriendelijke gemeenschappen?

 

Dementievriendelijke gemeenschappen

Mensen met dementie willen als volwaardige burgers in hun wijk wonen en niet meer afgezonderd worden. Om hen zo goed mogelijk op te vangen, dient de samenleving gestimuleerd en geactiveerd te worden om een bijdrage te leveren in het realiseren van een open, warme en veilige woon- en leefklimaat.

Uitgangspunt van een ‘dementievriendelijke gemeenschap’ is dat dementerenden kunnen blijven meedraaien in de lokale gemeenschap, deel kunnen nemen aan het openbare leven en zich veilig en vertrouwd thuis voelen in de eigen wijk. Dit wordt bewerkstelligd doordat mensen een grotere acceptatie ervaren en minder in een sociaal isolement terecht komen. Meer kennis over dementie bij de omgeving zal een stimulerend effect hebben op het vergroten van het sociaal vangnet rond personen met dementie en mantelzorgers. Daarnaast kunnen mensen dankzij deze gemeenschappen langer thuis kunnen blijven wonen en zal hun levenskwaliteit toenemen, zodat de vraag naar voorzieningen en/of opname afgeremd wordt.

De rol van instanties bij dementievriendelijke gemeenschappen

In de wijk van de toekomst zullen burgers met beperkingen te midden van burgers zonder beperkingen wonen. Samen zullen ze gestalte geven aan het leven in de wijk en zich om elkaar bekommeren. Woningcorporaties zullen zich in de wijk buigen over de juiste huisvesting en gemeenten zullen zorgdragen voor een passend welzijnsaanbod. In de woonwijken zelf zal daarbij toenemend om meer complexe zorgverlening gevraagd worden, die niet meer primair intramuraal gegeven wordt. Technologische mogelijkheden en ontwikkelingen op medisch en verpleegkundig gebied maken de zorgverlening minder locatie-afhankelijk, zodat deze in de eigen woonomgeving ontvangen kan worden.

Deze vermaatschappelijking naar meer dementievriendelijke gemeenschappen vereist meer concreet: inspanningen van woningcorporaties op het gebied van levensloopbestendig bouwen, versterking van de thuiszorg, betere samenwerking tussen thuiszorg en institutionele zorg, proactief gemeentelijk beleid, goede welzijnsvoorzieningen, visionaire zorgverzekeraars, en een civil society met actieve inzet van familie en informele zorg, die daartoe wel goed ondersteund moet worden.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Wat is dementie – de symptomen van dementie
Deel 2 – Thuis wonen met dementie – mantelzorgers
Deel 3 – Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie
Deel 5 – Woonvormen voor mensen met dementie – kleinschalig wonen
Infographic – Thuis blijven wonen met dementie
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen dementie

Recent Posts

Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie

Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie

Dementerenden thuis laten wonen – deel 2

Met behulp van mantelzorgers, huisaanpassingen en steun vanuit diverse instanties is het tegenwoordig mogelijk om mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te laten wonen. In het vorige artikel gingen we in op mantelzorgers, die dit langer thuis wonen daadwerkelijk mogelijk maken. In dit artikel bespreken we aansluitend de inzet van huisaanpassingen en hulpmiddelen voor mensen met dementie. Het volgende artikel staat in het teken van instanties die eveneens een rol van betekenis kunnen spelen.

 

Huisaanpassingen voor mensen met dementie

Bepaalde aanpassingen in huis kunnen helpen om het zelfstandig wonen voor een persoon met dementie gemakkelijker te maken en de taken van mantelzorgers verlichten. Aangezien dementie zich bij ieder mens anders ontwikkelt en dementie een progressieve ziekte is, is aanpassing van de woning een continue proces. Men zou aan woningaanpassing kunnen denken op het moment dat de dementerende dermate last krijgt van het geheugen dat spullen niet teruggevonden kunnen worden en afspraken vergeten worden, de oriëntatie in de woning achteruit gaat, er een onveilig gevoel ontstaat, en de woning niet meer licht genoeg is.

Hoe eerder de aanpassingen geïntroduceerd worden bij de bewoner met dementie, hoe beter. Als de bewoner nog in een vroeg stadium van dementie verkeert, is het voor hem of haar veel makkelijker om aan het gebruik van aanpassingen en hulpmiddelen te wennen. Juist simpele ingrepen en aanpassingen kunnen bijdragen aan het veilig, vertrouwd en comfortabel kunnen blijven wonen.

De positieve invloed van huisaanpassingen

Sowieso kan de fysieke omgeving van een persoon met dementie sterk van invloed zijn op de kwaliteit van leven. Huisaanpassingen kunnen een positieve uitwerking hebben op zaken als gevoelsleven, gedrag, eet- en slaappatroon, zelfstandigheid, algehele gezondheid, en veiligheid. Dit heeft ook weer een positief effect op mantelzorgers en naasten, omdat de dementerende minder aandacht en zorg vraagt. Daarmee kan een situatie gecreëerd worden die stress en onrust voorkomt en mantelzorgers ondersteunt bij de zorg voor hun naasten. Zo kan overbelasting van de mantelzorger worden voorkomen waardoor intramurale opname voor mensen met dementie kan worden uitgesteld.

Huisaanpassingen, huisinrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie

 

Huisinrichting voor mensen met dementie

Het geschikt maken van een woning voor iemand met dementie gaat in de eerste plaats om het anders kijken naar de bestaande inrichting van een huis. Kleine, simpele en vaak kosteloze ingrepen kunnen al veel effect hebben. Belangrijke principes van een dementievriendelijke woning en woonomgeving zijn: herkenbaarheid, overzichtelijkheid, eenvoud van ruimte en inrichting en voldoende licht. Dus hoe zorg je ervoor dat iemand de weg weet te vinden in het eigen huis, daar vrijelijk kan bewegen en er zo zelfstandig mogelijk kan functioneren? En hoe houden we de omgeving zo veilig mogelijk en zorgen we ervoor dat er zo min mogelijk probleemgedrag ontstaat?

Huisinrichting in de praktijk

Het is aan te raden niet te veel aan te passen in de woning. Zorg voor voldoende herkenbaarheid en vertrouwdheid in huis. Zorg dat de indeling en inrichting van de woning en woonvertrekken zo logisch mogelijk is, geef belangrijke zaken een vaste plek en haal overbodige spullen weg. Maak gebruik van voldoende licht, pictogrammen, egale kleuren en kleurcontrasten, maar vermijd glimmende/spiegelende oppervlaktes, drukke patronen en donkere vloergedeelten.

De veiligheid binnenshuis kan verbeterd worden door aanpassingen aan het fornuis en de kranen, brandmelders te plaatsen en alles-uit-knoppen te plaatsen. Ook kan het raadzaam zijn bewegingsmelders te plaatsen, obstakels weg te halen waarover men kan vallen, en beugels en een antisliplaag te plaatsen. Ten slotte kunnen kasten met gevaarlijke middelen van een slot worden voorzien, traphekjes geplaatst worden, en medicijndistributiesystemen en personenalarmering ingevoerd worden.

Om te garanderen dat mensen niet zomaar naar buiten gaan, kunnen buitendeuren ‘verstopt’ worden achter gordijnen. Zorg er echter wel voor dat in en rond de woning zo goed mogelijk bewogen kan worden door sanitaire ruimtes te vergroten zijn, deuren te verbreden en drempels te verwijderen. Ook kunnen trapliften en een uitbouw uitkomst bieden. Verder heeft de aanwezigheid van planten en huisdieren een positieve, rustgevende invloed. Ten slotte kan afhankelijk van de exacte symptomen bepaald worden waar de focus op moet liggen. Zo zullen voor mensen met apraxie aanpassingen gemaakt moeten worden waardoor zij voorwerpen correct kunnen gebruiken en handelingen in de juiste volgorde uitvoeren.

 

Hulpmiddelen voor mensen met dementie

Juist omdat er zoveel aandacht wordt besteed aan de inrichting, ervaren veel mensen de aanwezigheid van hulpmiddelen als storend. Hulpmiddelen voor mensen met dementie roepen een beeld op van een ziekenhuis in plaats van een huiselijke omgeving. Dit leidt tot grote terughoudendheid rond de inzet en aanwezigheid van hulpmiddelen. Het lijkt een onmogelijke spagaat: enerzijds meer huiselijkheid, anderzijds meer hulpmiddelen. Hulpmiddelen voor mensen met dementie zijn onmisbaar voor de zelfstandigheid. Het gaat dan niet alleen om algemene hulpmiddelen, zoals loophulpmiddelen, antislipmatten en handgrepen, maar ook om producten specifiek voor dementerenden. Vaak verlichten deze hulpmiddelen voor mensen met dementie eveneens de taak van de mantelzorger.

Hulpmiddelen kunnen gevonden worden in diverse categorieën, denk bijvoorbeeld aan hulpmiddelen die helpen bij de oriëntatie, dwaalgedrag, mobiliteit, veiligheid in huis en buitenshuis, (persoonlijke) verzorging en de organisatie van begeleiding, toezicht en zorg.

Domotica als hulpmiddel

Een bijzondere categorie hulpmiddelen voor mensen met dementie betreft domotica. Oftewel (geavanceerde) technologische toepassingen, die langer thuis blijven wonen mogelijk maken én tegelijkertijd zorgen voor een grotere efficiency van de zorg. Domotica laat dementerenden meer eigen regie behouden en vergroot de kwaliteit van leven. Domotica staat veelal in dienst van het veilig en comfortabel houden van de dementerende als de mantelzorger er niet is. Denk hierbij aan actieve en passieve alarmeringsfuncties, bewegingsdetector, valdetectie, gasdetectie, branddetectie, zwerfdetectie en hulp bij het gebruik medicijnen. Daarnaast zijn een aantal comforttoepassingen mogelijk zoals afstandsbediening op gordijnen en verlichting.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Wat is dementie – de symptomen van dementie
Deel 2 – Thuis wonen met dementie – mantelzorgers
Deel 4 – Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties
Deel 5 – Woonvormen voor mensen met dementie – kleinschalig wonen
Infographic – Thuis blijven wonen met dementie
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen dementie

Recent Posts

Thuis wonen met dementie – mantelzorgers

Thuis wonen met dementie – mantelzorgers

Dementerenden thuis laten wonen – deel 1

In het vorige artikel gaven we een definitie van dementie. In de rest van deze serie gaan we dieper in op het thuis wonen met dementie. Ook ouderen met dementie blijven graag zo lang mogelijk thuis wonen. Met behulp van mantelzorgers, huisaanpassingen en steun vanuit diverse instanties is het tegenwoordig ook daadwerkelijk mogelijk om de dementerende hierbij te ondersteunen. In dit artikel gaan we in op de voor- en nadelen van het thuis wonen met dementie. Ook besteden we aandacht aan mantelzorgers. Zij maken dit thuis wonen namelijk grotendeels mogelijk, maar ervaren hier vaak wel de consequenties van. In latere artikelen in deze serie gaan we in op de hulpmiddelen en instanties die hier eveneens een rol bij spelen.

 

De voordelen van thuis wonen met dementie

Dementerenden geven aan specifieke behoeftes te hebben. Zo vragen zij om veiligheidstechniek in de woning, hulpmiddelen en de mogelijkheid tot zorg en services aan huis. Deze wensen illustreren dat ook ouderen die lijden aan dementie graag zo lang mogelijk thuis willen wonen en weinig verhuisgeneigd zijn. Het aantal ouderen dat (zelfstandig) thuis wil blijven wonen, neemt zodoende niet alleen door het landelijk beleid toe. De wens tot thuis wonen met dementie, geldt zeker voor de toekomstige generatie ouderen, die vitaler, kapitaalkrachtiger, beter geïnformeerd en mondiger zijn dan de huidige generatie.

Thuis wonen biedt dementerenden een vertrouwde omgeving en een bekende structurering van het dagelijks leven. Een verhuizing naar een nieuwe, onbekende woonruimte betekent voor hen desoriëntatie, verwarring en onzekerheid. Daarnaast wil de partner vaak zo lang mogelijk voor zijn of haar levensgezel blijven zorgen. Voor de samenleving als geheel heeft het eveneens voordelen als de mantelzorg bereid en in staat is om de naaste zo lang mogelijk thuis te verzorgen, zo vermindert het bijvoorbeeld het beroep op de professionele zorg.

Thuis wonen met dementie wordt mede mogelijk gemaakt door mantelzorgers

 

De nadelen van thuis wonen met dementie

Er kleven echter ook nadelen aan het langer thuis wonen met dementie. Zo kunnen er onveilige situaties ontstaan, kan de eenzaamheid toenemen, ondervoeding optreden en verveling toeslaan. De meest door mantelzorgers genoemde risico’s betreffen: medicijnen die niet of verkeerd worden ingenomen, vallen, elektrische apparaten die aan blijven staan, pannen die op het vuur worden vergeten en het feit dat de deur open wordt gedaan voor vreemden. Deze risico’s zijn rechtstreeks te koppelen aan gedragingen van dementerenden. Zo vergeten dementerende vaak deuren op slot te doen of hun sleutels mee te nemen, kunnen ze de dingen die ze niet meteen zien niet vinden, kunnen ze in hun zoektocht gaan dwalen omdat ze het doel vergeten zijn, en vergeten ze de waterkraan of het gas dicht te draaien.

 

Mantelzorgers maken thuis wonen mogelijk

Dementie is een ingrijpende ziekte. Niet alleen voor iemand met dementie zelf, maar ook voor familie, vrienden en mantelzorgers. Door veranderende wensen van ouderen, een groeiend tekort aan verzorgend personeel en wijzigingen in overheidsbeleid blijven mensen langer thuis wonen met dementie met minder professionele zorg. Mantelzorgers moeten hierdoor steeds meer ondersteuning en zorg geven. De belangrijkste factoren, die bepalend zijn voor de vraag naar zorg en/of opname betreffen de beschikbaarheid van mantelzorgers, de mate waarin deze zich belast of voldoende competent voelen, en de mate van probleemgedrag en afhankelijkheid bij de dementerende. De mantelzorger is de factor die het thuis blijven wonen met dementie mogelijk maakt.

 

De effecten van thuis wonen op mantelzorgers

In de praktijk voelt ruim 50% van de mantelzorgers zich tamelijk tot zeer belast. Dat komt onder meer doordat mantelzorgers weinig toekomen aan hun eigen leven, het lastig vinden het mantelzorgen te combineren met werk en/of gezin, onder grote druk staan en de situatie lastig los kunnen laten. Een effectieve ondersteuning van de mantelzorg dient twee doelen. 1) Het waarborgen van een goede kwaliteit van leven van de mantelzorgers. En 2) het verlengen van de periode dat mensen met dementie thuis blijven wonen. De ondersteuning moet zich richten op het beter kunnen omgaan met de persoon met dementie, het behouden van de draagkracht van de mantelzorger, het voorkomen van te zware belasting en overbelasting, en het verlichten van de zorgtaken door inzet van huisaanpassingen, technologie en respijtzorg.

Relatief eenvoudige tips, aanpassingen in de woning of inrichting, technologische voorzieningen en hulpmiddelen, kunnen uitkomst bieden voor zowel dementerenden als hun mantelzorgers. Meer hierover in de volgende artikelen.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Wat is dementie – de symptomen van dementie
Deel 3 – Huisaanpassingen, -inrichting en hulpmiddelen voor mensen met dementie
Deel 4 – Dementievriendelijke gemeenschappen – de rol van instanties
Deel 5 – Woonvormen voor mensen met dementie – kleinschalig wonen
Infographic – Thuis blijven wonen met dementie
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen dementie

Recent Posts

Infographic: de woonsituatie en woonwensen van ouderen

Infographic: de woonsituatie en woonwensen van ouderen

Het merendeel van de ouderen wil het liefst thuis oud worden. Maar hoe wonen deze ouderen dan en in welke soort woningen? Of ander gezegd: wat is de woonwerkelijkheid van ouderen. We behandelen ook de verhuisgeneigdheid van ouderen. Willen zij graag verhuizen of blijven zij toch liever in de eigen woning? Ook besteden we aandacht aan de woonwensen van ouderen. Wat is de ideale ouderenwoning? We bespreken de wensen wat betreft de woning, en de woonsituatie en -omgeving. Het is daarbij belangrijk oog te houden voor de heterogeniteit binnen de groep. De ene oudere is de andere namelijk niet. De ideale ouderenwoning bestaat daarom niet. Toch zijn er veel woonwensen van ouderen universeel. Ten slotte vergelijken we deze wensen met de werkelijkheid. Komen deze overeen of zijn er grote verschillen zichtbaar? Deze vergelijking mondt uit in een aantal aanbevelingen aan de betrokken instanties.

Infographic: de woonsituatie en woonwensen van ouderen

Deze infographic is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen
Deel 2 – Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid
Deel 3 – De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen
Deel 4 – Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving
Deel 5 – Een woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen woonwensen

Recent Posts

Woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen

Woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen

Hoe zorgen we voor de ideale ouderenwoning?

Deze serie artikelen gaat in op de ideale woning voor ouderen en de woonwensen van ouderen. In eerdere artikelen bespraken we onder meer de woonwerkelijkheid van ouderen en hun woonwensen. Hoe ziet de ideale woning voor ouderen eruit, in welke omgeving staat deze en wat is de perfecte woonsituatie? In dit artikel vergelijken we deze ideale woning voor ouderen met de echte woonsituatie van ouderen. In hoeverre komen deze overeen? Op basis van de antwoorden op deze vraag formuleren we een aantal aanbevelingen aan de praktijk. We sluiten deze serie af met een conclusie.

 

Woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen

Door de toenemende vergrijzing stijgt de vraag naar woningen voor ouderen. Zelfs dusdanig dat er jaarlijks meer vraag dan aanbod te verwachten is. Tegelijkertijd blijken seniorenwoningen echter moeilijk verhuurbaar. Een mogelijke reden voor deze discrepantie ligt in het feit dat het labelen van woningen als geschikt voor senioren de doelgroep afschrikt. Belangrijker is echter nog dat het aanbod van woningen voor senioren niet aansluit op hun woonwensen. Zo worden aan de woningen voor ouderen hogere en andere eisen gesteld dan die tot dusverre de bouwproductie hebben gedomineerd.

Woning voor ouderen – type woning, prijs en omgeving

Vaak worden 65-plussers op de woningmarkt gezien als zorgvrager, terwijl deze mensen juist zelfstandig willen en kunnen wonen. Hierbij wordt veelal gedacht dat ouderen niet graag willen verhuizen naar een appartement. Dit terwijl de woonwens, zeker wanneer een appartement groot genoeg is en beschikt over voldoende slaapkamers en een ruim balkon, een ander beeld laat zien. Daarnaast wenst de overgrote meerderheid een huurwoning met een prijskaartje onder de €650 per maand. De prijs van de door hen gewenste (ruime en comfortabele) woningen ligt echter in het hogere segment. Zelfs in de vrije sector is er echter weinig aanbod, zeker wat betreft aanbod specifiek gericht op ouderen.

Ten derde is er voor veel ouderen een mismatch tussen vraag en aanbod wat betreft de wooninformatie. Zo moet er veelal binnen drie dagen besloten worden of men een woning accepteert, hetgeen ouderen als stressvol ervaren. Een vierde voorbeeld van verschillen tussen woonwerkelijkheid en –wensen betreft de omgeving van de woning. Woningen worden geplaatst in een te rustige omgeving en de gevraagde voorzieningen liggen niet dichtbij genoeg.

Woning voor ouderen - de woonsituatie van ouderen vergeleken met hun woonwensen

 

Woning voor ouderen – aanbevelingen betrokken instanties

De grootste groep senioren kiest ervoor om oud te worden in de eigen woning. Het feit dat ouderen weinig verhuisgeneigd zijn, maakt dat de afzet van specifieke woonvormen voor senioren niet gegarandeerd is. Zo wordt de vraag naar klassieke ouderenwoning als zijnde tweekamerwoningen en verzorgde woonvormen sterk overschat. Omdat binnen de huidige voorraad veel woningen niet gewenst zijn door senioren adviseert onderzoek nieuwbouw binnen bestaande wijken en buurten, en aanpassingen aan de huidige voorraad. Het zogenaamde opplussen. Bij de realisatie hiervan moet de focus onder meer liggen op gelijkvloerse woningen (zowel appartementen als grondgebonden woningen) en de inventarisatie van mogelijkheden met onder meer trapliften en domotica. Daarnaast moet er, om te voorkomen dat mensen uiteindelijk gedwongen moeten verhuizen, voorlichting gegeven worden over deze mogelijkheden.

Daarnaast moet het toekomstige woonbeleid meer worden gericht op veeleisende woningzoekende ouderen die niet perse hoeven te verhuizen. Er moet aanbod voor hen geschapen worden dat bestaat uit comfortabele woningen op locaties nabij het centrum en zorgvoorzieningen, waarbij de huurprijs toch laag genoeg gehouden kan worden. Want ondanks dat de groep ouderen divers is, is een algemene visie op woonbeleid als rode draad een goed hulpmiddel. Om een dergelijke visie vorm te geven is het belangrijk om te weten wat er leeft onder ouderen; ze moeten gehoord worden. Wel is het zaak rekening te houden met de specifiekere vragen van bijvoorbeeld kwetsbare en allochtone ouderen.

Woning voor ouderen – conclusies

Ouderen zijn gesteld op de eigen woonomgeving en (koop)woning, waar ze zo lang mogelijk willen blijven wonen. Zo’n 30% van de ouderen geeft aan na te denken over een verhuizing. Nu ouderen tegenwoordig kunnen kiezen voor zorg en diensten aan huis en huisaanpassingen is vooral onvrede met de sociale kwaliteiten van de buurt tegenwoordig een belangrijk verhuismotief. Vanwege een geringe urgentie en allerlei psychische drempels en fysieke beperkingen is de kans echter klein dat het tot een verhuizing komt.

Woning voor ouderen – verhuisgeneigdheid en woonwensen

Als ouderen verhuisgeneigd zijn, verkiest twee derde een huurwoning, zeker naarmate men ouder wordt en men een lager inkomen heeft. Toekomstige ouderen neigen minder naar huurwoningen, zodat, gecombineerd met de vergrijzing, een groter deel van de ouderen in de koopsector zal (blijven) wonen. De senior wil een ruime, lichte en comfortabele woning met minstens twee slaapkamers en een groot balkon of onderhoudsvrije tuin, die het liefst gesitueerd is in de vertrouwde omgeving.

Er wordt bij de woningkeuze rekening gehouden met de toegankelijkheid van de nieuwe woning, zo is twee derde van de verhuisgeneigden op zoek naar grondgebonden woningen en nultredenwoningen (zonder seniorenlabel). Veelal heeft een appartement de voorkeur, alhoewel deze trend ook duidt op een gebrek in aanbod van grondgebonden woningen. De belangrijkste omgevingskwaliteiten voor senioren bestaan uit voorzieningen en (de nabijheid van) sociale contacten. Ook de mogelijkheid tot de aanschaf van diensten gericht op gemak, (onderhoud aan de) woning en verzorging zijn van belang. Bijzonder voor de groep ouderen is het grotere belang dat gehecht wordt aan en veiligheid.

Woning voor ouderen – woonwensen versus woonwerkelijkheid

Uit onderzoek blijkt dat de invulling van de ideale woonomgeving van ouderen divers is, dit komt onder meer door verschillen binnen en tussen leeftijdsgroepen. Vooral toekomstige ouderen zijn steeds kritischer en zullen alleen worden verleid door een kwalitatief aanbod dat aansluit op hun wensen en behoeften, waaronder comfort en gemak. Ook kunnen zaken als afkomst en woonregio impact hebben op de woonwensen.

Omdat veel woonwensen niet gerealiseerd worden binnen het bestaande woningaanbod en ouderen meer mogelijkheden zien om in de eigen woning te blijven wonen, zijn veel woningen bedoeld voor senioren moeilijk verhuurbaar. Onderzoek adviseert passende nieuwbouw binnen bestaande wijken en buurten, en aanpassingen aan de huidige voorraad. Bij de realisatie hiervan moet de focus onder meer liggen op gelijkvloerse woningen (zowel appartementen als grondgebonden woningen) en de inventarisatie van mogelijkheden met onder meer trapliften en domotica. Ook moet dit aanbod voldoende comfortabel zijn, nabij het centrum en zorgvoorzieningen gesitueerd zijn, en betaalbaar gehouden worden.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen
Deel 2 – Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid
Deel 3 – De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen
Deel 4 – Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving
Infographic – De woonsituatie en woonwensen van ouderen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen woonwensen

Recent Posts

Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving

Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving

Wensen aan de ouderenwoning, woonsituatie en -omgeving

Vorige artikelen in deze serie over de woonwensen van ouderen stonden onder meer in het teken van de woonsituatie van ouderen. We bespraken onderwerpen als woonwerkelijkheid en verhuisgeneigdheid. Ook lieten we zien dat je eigenlijk niet over ‘de oudere’ kunt spreken. Het gaat om een heterogene groep. De ideale ouderenwoning bestaat daarom niet. Toch zijn er veel woonwensen van ouderen universeel. We bespreken in dit kader de wensen wat betreft de woning, en de woonsituatie en -omgeving. In het laatste artikel binnen deze serie over woonwensen van ouderen vergelijken we ten slotte de woonwensen van ouderen met hun werkelijke woonsituatie. Hierbij geven we ook een aantal aanbevelingen aan de betrokken instanties.

 

Woonwensen van ouderen – de woning

Naarmate men ouder wordt, neemt de wens naar een huurwoning toe. Van de 75-jarigen wenst het overgrote merendeel van de ouderen een seniorenwoning in de huursector. De wens naar een koophuis neemt af met het ouder worden. Deze verhouding wordt echter wel sterk beïnvloed door het inkomen van de respondenten. Hoe lager het inkomen, hoe groter de wens naar een huurwoning. Ook van de huiseigenaren heeft een meerderheid de voorkeur te verhuizen naar een huurwoning, alhoewel deze bereid wel afneemt. Als deze groep vanwege (naderende) hulpbehoevendheid willen verhuizen, kunnen ze bijvoorbeeld in toenemende mate terecht in woonzorgarrangementen in de koopsector. Gecombineerd met de vergrijzing zal deze trend ervoor zorgen dat een groter deel van de ouderen in de koopsector zal (blijven) wonen.

Woonwensen van ouderen – woonkosten

Van ouderen die voorkeur hebben voor een huurwoning geeft het merendeel aan een woning met een huur lager dan €650 te wensen. Hoewel veel ouderen een voorkeur hebben voor een goedkope woning (tot zo’n €500) is er nog veel vraag in de prijscategorieën daarboven. Zo wil 30% van de toekomstige huurders wil een duurdere woning betrekken. Voor het allerhoogste huursegment (boven de €1.000) is nagenoeg geen belangstelling. In de koopsector concentreert de wens zich rond €150.000 tot €250.000 euro en geeft een derde van de ouderen aan een duurdere woning te wensen. Over het algemeen geldt dat wanneer men wenst te verhuizen 70% ongeveer hetzelfde wil betalen als voorheen. Van de anderen wil 10% meer en 20% minder gaan betalen. Circa 30% van de ouderen is bereid om bij een verhuizing een stijging van de maandlasten tot €100 te accepteren.

Woonwensen van ouderen – type woning

Over het algemeen geven ouderen de voorkeur aan een grondgebonden woningen of nultredenwoningen, zoals appartementen met lift. Indien men hier een voorkeur voor heeft, hebben de begane grond en de eerste verdieping van het appartementengebouw de meeste belangstelling. Bij de voorkeur voor het wonen op de begane grond speelt de aanwezigheid van een tuin een belangrijke rol. Naarmate de leeftijd stijgt, neemt de vraag naar eengezinswoningen af en naar seniorenwoningen toe. Het omslagpunt ligt in de leeftijdscategorie 65-74 jaar. Zo’n 60% van de mensen heeft geen specifieke voorkeur nieuwbouw of een bestaande woning. Van de senioren die wel een voorkeur hebben, gaat de voorkeur van de meerderheid uit naar nieuwbouw.

De senior wil een ruime woning, die echter ook weer niet te groot is. Slechts zo’n 5% geeft aan een woning met één slaapkamer te willen. Verreweg de meeste senioren willen verhuizen naar een woning met (meer dan) twee slaapkamers. Veel senioren geven aan een woonoppervlakte tussen de 80 en 120m2 te wensen. De wens naar kamers en oppervlakte neemt echter af met de leeftijd. Daarnaast moet de woning veel zonlicht binnenlaten en een groot balkon (>12m2; of eventueel een onderhoudsvrije tuin) op het zuiden hebben. Van beduidend minder belang vindt men een afgescheiden keuken. Een grote badkamer en toilet is daarentegen wel een wens, net als een werkkamer. Ouderen hechten over het algemeen veel belang aan wooncomfort. Hieronder vallen verwarming, inbraakwerende voorzieningen en levensloopbestendigheid.

Wat vinden ouderen belangrijk aan hun woning? Wat zijn de woonwensen van ouderen?

 

Woonwensen van ouderen – woonsituatie en –omgeving

Vooral de 55- tot 64-jarigen letten op de woningkenmerken, terwijl de 65-plussers meer kijken naar de omgeving, waarbij vooral rust, de nabijheid van natuur en groenvoorzieningen wensen zijn. Extraatjes hierbij zijn hoogwaardige locatiekwaliteiten zoals het wonen aan een rivier of een gemeenschappelijke binnentuin. Uitzicht is eveneens een belangrijk punt. Omdat een bepaalde groep ouderen een groot deel van de dag thuis doorbrengt, willen ze ergens op uitkijken waar leven in de brouwerij is.

Woonwensen van ouderen – voorzieningen

De belangrijkste omgevingskwaliteiten bestaan voor senioren uit voorzieningen en (de nabijheid van) sociale contacten. De behoefte aan voorzieningen richt zich vooral op voorzieningen waar ouderen regelmatig gebruik van maken, zoals winkels, basisgezondheidszorgvoorzieningen, openbaar vervoer, en bank en/of pinautomaat. Zij wonen daarom het liefst op loopafstand van het centrum. Ook de weg naar deze voorzieningen toe moet goed begaanbaar zijn, met brede trottoirs, voldoende parkeermogelijkheden en straatverlichting. Deze wensen gelden ook voor ouderen die op het platteland wonen, zodat zij veelal verhuizen naar een grotere dorpskern of stad.

Voor een groot deel van de senioren zijn stedelijke voorzieningen (theaters, restaurants, café) minder belangrijk. Er wordt door ouderen vooral waarde gehecht aan diensten gericht op gemak, (onderhoud aan de) woning en verzorging. De belangstelling voor diensten in deze laatste categorie richt zich naast daadwerkelijke verzorging ook op persoonsalarmering, tijdelijke opvang, en maaltijd- en taxiservices. Ten slotte wensen ouderen ook een overzicht van welke voorzieningen waar aangevraagd kunnen worden.

Woonwensen van ouderen – sociale contacten

Ouderen willen dichtbij hun sociale contacten wonen. Ruim driekwart van de ouderen die wil verhuizen, wil graag in de eigen omgeving blijven wonen. De meeste ouderen geven aan graag midden in de samenleving te willen wonen, waarbij gemengde wijken (met jongeren en voldoende leeftijdsgenoten) de voorkeur hebben. Vooral 75-plussers hechten belang aan de aanwezigheid van andere ouderen en zorgvoorzieningen. Hiermee onderscheiden zij zich duidelijk van de 55- tot 64-jarigen. In een drukke buurt met veel gezinnen wil bijna niemand wonen.

Op sociaal gebied moeten er activiteiten in de nabije omgeving, zoals in een wooncomplex, georganiseerd worden. Wel dient deze groep ouderen niet te groot worden, maximaal 25 mensen, zodat er een familieband kan ontstaan. Bijzonder voor de groep ouderen is het grotere belang dat gehecht wordt aan en veiligheid. Ouderen geven bijvoorbeeld aan dat zij veelal deur op slot doen en ’s avonds de straat niet op durven vanwege hangjongeren. Zij vinden toezicht op de openbare ruimte belangrijk. Het contact met buren en sociale controle zijn belangrijk voor een veilig gevoel op straat.

Woonwensen van ouderen – huisaanpassingen en domotica

De meerderheid van de ouderen is van mening dat diensten aan huis en aanpassingen van de woning, waaronder met domotica, hen kunnen helpen langer thuis te kunnen wonen. Denk hierbij aan branddetectie, personeelsalarmering, sleuteloplossingen, automatische verlichting, zorg op afstand, tweeweg beeld- en geluidverbindingen en informatiediensten. Deze functionaliteiten geven niet alleen reële verbeteringen, maar vergroten vooral ook veiligheidsgevoelens. Vooral ouderen met een pro-actieve instelling, voor wie zelfredzaamheid belangrijk is, en ouderen met een zorgwens en gevoelens van machteloosheid neigen het vaakst naar (toekomstige) gebruik van domotica.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen
Deel 2 – Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid
Deel 3 – De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen
Deel 5 – Een woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen
Infographic – De woonsituatie en woonwensen van ouderen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen woonwensen

Recent Posts

De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen

De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen

Woonwensen van ouderen – een heterogene groep

In de vorige artikelen in deze serie bespraken we de woonsituatie van ouderen. Wat is hun woonwerkelijkheid en zijn ze verhuisgeneigd? In dit artikel en in het volgende gaan we in op de woonwensen van ouderen. Wat is de ideale ouderenwoning? We bespreken de wensen wat betreft de woning, en de woonsituatie en -omgeving. Eerst is het echter van belang te kijken naar de heterogeniteit binnen de groep. De ene oudere is de andere niet. In het laatste artikel vergelijken we ten slotte de woonwensen van ouderen met hun werkelijke woonsituatie. Deze vergelijking mondt uit in een aantal aanbevelingen aan de betrokken instanties.

 

De ideale ouderenwoning – diversiteit

Uit onderzoek blijkt dat de invulling van de ideale woonomgeving van ouderen divers is. De heterogeniteit onder ouderen vraagt om een segmentatie van de doelgroep. Met behulp van leeftijd alleen is het niet mogelijk om ouderen in een hokje te plaatsen en te bepalen wat voor deze groep het beste is. De ene senior kan nog alles zelfstandig doen, terwijl een leeftijdsgenoot een grote zorgbehoefte heeft. Daarnaast zijn er ook veranderingen tussen de generaties: het welstandsniveau is gestegen, het opleidings- en welstandsniveau toegenomen, en huishoudens zijn meer divers geworden (meer alleenstaanden door toenemende levensverwachting van mannen, toename van echtscheidingen, en minder en later gekregen kinderen).

Ouderen als heterogene groep - de ideale ouderenwoning

 

De ideale ouderenwoning  – veranderingen

De generatie babyboomers heeft geheel andere woonwensen dan de huidige generatie ouderen. Toekomstige ouderen zijn steeds kritischer en zullen alleen worden verleid door een kwalitatief aanbod dat aansluit op hun wensen en behoeften. Zij zijn niet meer tevreden met een standaard formaat seniorenwoning of een kamer in een bejaardentehuis. Steeds meer gaat het om het sociaal welbevinden: de woning is de uitvalsbasis voor deelname in de samenleving. Omdat deze veranderde waarden van de nieuwe generatie ouderen hen meer doet openstaan voor vernieuwing zal het draagvlak voor technologie bijvoorbeeld groeien. Meer dan eerdere generaties en omarmen zij technologie als dat hen helpt om zelfstandig te blijven en nieuwe dingen te ontdekken.

De ideale ouderenwoning – afkomst en regio

Ouderen kunnen daarnaast onder meer ingedeeld worden aan de hand van hun afkomst. Zo willen met name Turkse en Marokkaanse mensen een ruime hal en een toilet dat niet gelegen is in de badkamer. Surinaamse ouderen hechten op hun beurt veel belang aan een ruime keuken. Alle onderzochte groepen oudere migranten gaan er vanuit dat ze (later) veel visite krijgen die wellicht blijft slapen, zodat zij graag willen dat de woning beschikt over een logeerkamer. Daarnaast verschillen woonwensen van senioren bijvoorbeeld sterk per regio. Zo blijken woningzoekenden van 65-74 jaar in de ene regio (Amsterdam) nog minstens zo geïnteresseerd in een normale woning als in een seniorenwoning, terwijl in een andere regio (Wageningen e.o.) ook woningzoekenden van 55- 64 jaar al relatief veel interesse in een seniorenwoning hebben.

De ideale ouderenwoning – blijvers, kiezers en moeters

Een veelgebruikt onderscheid betreft een indeling in drie groepen: blijvers, kiezers en moeters. De meeste ouderen zijn blijvers, die thuis blijven wonen en aanpassingen aan het huis zoveel mogelijk zelf regelen. Deze groep wordt onder andere door extramuralisering steeds groter. Een groot deel van de groep blijvers wil wel verhuizen, maar doet dit niet omdat de aangeboden woningen niet aan de eisen voldoen. De ouderen zijn kritisch en verwend: ze wonen in de groene, stille wijken uit de jaren zestig en zeventig.

Kiezers hebben voldoende (financiële) middelen en zijn in goede gezondheid, zodat ze vrij zijn om te kiezen voor een bepaalde vorm van wonen en/of zorg. Deze groep kiest er veelal voor om een laatste stap in de wooncarrière te maken. Zij zoeken naar een ruime, luxe woning in de nabijheid van winkels en openbaar vervoer. Senioren in de categorie moeters hebben vaak geen keuzemogelijkheid meer. Hun gezondheid en zorgbehoefte zorgt ervoor dat een intramurale opname onvermijdelijk is, ondanks dat ook deze senioren veelal liever thuis zouden willen wonen.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen
Deel 2 – Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid
Deel 4 – Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving
Deel 5 – Een woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen
Infographic – De woonsituatie en woonwensen van ouderen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen woonwensen

Recent Posts

Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid

Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid

Verhuisgeneigdheid: verhuizen of in de eigen woning blijven

In deze serie artikelen gaan we in op de woonwensen van ouderen. We kijken in dit artikel naar de verhuisgeneigdheid van ouderen. Willen ouderen verhuizen of blijven ze juist liever in de eigen woning? Vervolgartikelen staan in het teken van de woonwensen van ouderen. We spreken de wensen wat betreft de woning, en de woonsituatie en -omgeving. Het laatste artikel in deze serie staat in het teken van de vergelijking tussen deze wensen en de werkelijke situatie van ouderen. Hierbij worden ook aanbevelingen gegeven aan de betrokken instanties.

 

Willen ouderen verhuizen – niet verhuisgeneigd

Over het algemeen kan gesteld worden dat ouderen het liefst zo lang mogelijk thuis blijven wonen en er maar weinig ouderen geneigd zijn om te verhuizen. Zo verhuisde in 2010 slechts 4% van de mensen tussen de 65 en 85 jaar. Verreweg de meeste ouderen willen absoluut niet verhuizen. En naarmate zij ouder worden, neemt de wens om in de eigen woning te blijven wonen verder toe. Van de ouderen tot 65 jaar wil zo’n driekwart in de huidige woning blijven. Terwijl dat bij de 75-plussers zo’n 85% is.

Willen ouderen verhuizen – redenen om niet te verhuizen

Er zijn meerdere redenen aan te wijzen voor het feit dat ouderen weinig verhuisgeneigd zijn. Zo is de tevredenheid met het eigen huis, de omgeving en de voorzieningen van groot belang. Over het algemeen vormen de schoonheid van de buurt, toegang tot een groen gebied, een goed onderhouden woning en een goede luchtkwaliteit een belangrijke basis voor de algemene tevredenheid. Daarnaast zou verhuizen onder meer betekenen dat zij de bestaande sociale contacten op moeten geven. Dit speelt vooral een grote rol in kleine dorpen. Daar verhuizen mensen alleen wanneer zij behoefte krijgen aan meer voorzieningen op een kortere afstand.

Daarnaast heerst er ook een taboe op verhuizen, aangezien dit voor senioren overkomt als een verlies aan vitaliteit. Een andere remmende factor om te verhuizen, is de aanwezigheid van een partner. Men kan immers op elkaar terugvallen, ook al is de woning niet optimaal geschikt. Daarnaast hebben veel ouderen ook reserveringen ten opzichte van verzorgingshuizen, waar ze onder meer vrezen voor verlies van privacy.

Willen ouderen verhuizen – financiën en een koopwoning

Veelal spelen financiën een grote rol in de beperkte verhuisgeneigdheid van ouderen. Niet alleen hebben ouderen angst voor dubbele woonlasten, maar tevens vinden maar weinig senioren het vanzelfsprekend om hun in het huis opgebouwde vermogen in te zetten voor het betalen van (hogere) huur. Een andere belemmering voor deze oudere groep huiseigenaren vormen de ideeën over de nalatenschap. Omdat zij door het interen op het vermogen minder erfenis kunnen nalaten, zijn zij terughoudend om het huis te verkopen. Dit wordt versterkt doordat ouderen relatief minder inzicht hebben in hun financiële mogelijkheden en daarom bepaalde woonoplossingen niet zien.

Sowieso hebben ouderen met een eigen woning minder de neiging om te verhuizen. Deze woningen hebben over het algemeen een betere kwaliteit dan huurwoningen en de bewoners zijn meer gehecht aan hun woning. Daarnaast stellen veel ouderen, door de grootte van hun woning en de eigen zeggenschap hierover, dat, als het nodig is, de woning aangepast kan worden. In de groep medioren is hierin een mentaliteitsomslag te zien. Velen van hen zien dat hun kinderen het goed hebben. Zij hebben dan ook minder moeite met de gedachte om opgebouwd vermogen uit het eigen huis ook zelf weer op te souperen, zeker aangezien zij er comfort, gemak en zekerheid voor terugkopen.

Willen ouderen verhuizen – het veranderende verhuisgedrag

Het verhuisgedrag van senioren is sterk aan het veranderen: nu in bijna elke woning een traplift kan worden geplaatst en thuiszorgorganisaties erin geslaagd zijn meer intensieve verzorging en verpleging thuis aan te bieden, is verhuizing vanwege gezondheidsreden minder vaak nodig. Verder zien ouderen er tegenop om hun huidige woning in de oude staat terug moeten brengen en is de keuze in woningen naar hun smaak te beperkt, zo stellen zij dat er te snel naar sociale huur (gekoppeld aan een zorginstelling) gewezen wordt. Sowieso voelt verhuizen voor veel ouderen als inleveren op zaken als ruimte, vrijheid, tuin en geld. De meesten associëren verhuizen niet met een volgende stap in hun wooncarrière, waarbij de nieuwe woning beter gaat aansluiten op hun behoeften aan comfort en gemak.

De verhuisgeneigdheid van ouderen - willen ouderen verhuizen?

 

Willen ouderen verhuizen – wel verhuisgeneigd

Zo’n 30% van de ouderen zegt na te denken over verhuizen. Voor veel van hen is de urgentie echter niet zo hoog. Zo geeft de meerderheid aan een termijn van vijf jaar in gedachten hebben en stelt een derde dat ze graag binnen 1-3 jaar willen verhuizen. Een tiende van de ouderen geeft aan zo spoedig mogelijk te willen verhuizen. Eén op de vijf (toekomstige) ouderen wil verhuizen naar een andere woning als zij meer zorg nodig hebben.

Senioren verhuizen het meest wanneer ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, aangezien men dan niet meer gebonden is aan de werkplek. Een meerderheid van de zelfstandig wonende ouderen is minimaal één keer na het 55ste levensjaar verhuisd. Dit gebeurt dan veelal over korte afstand. Het liefst binnen de vertrouwde woonomgeving. De oudere van de toekomst zal meer verhuisbewegingen hebben gemaakt, daardoor waarschijnlijk minder gebonden zijn aan de omgeving, en zodoende meer verhuisgeneigd zijn.

Willen ouderen verhuizen – verhuisplannen

Kenmerkend voor de meeste verhuisplannen van ouderen in het algemeen is echter dat de kans dat men ook daadwerkelijk gaat verhuizen gering is. Dit wordt onder andere veroorzaakt door onvolledige informatie over het woningaanbod, gehechtheid aan de huidige woonbuurt, gebrek aan kennis over de werking van de woonruimteverdeling en de woningmarkt. Verder spelen fysieke beperkingen bij het organiseren van verhuizingen een rol. Net als psychische drempels, het verliezen van de sociale woonomgeving en institutionele belemmeringen.

Daarnaast wil het feit dat men regelmatig aan verhuizen denkt niet zeggen dat men ook actief aan het zoeken is. Het ‘denken aan verhuizen’ en het ‘weinig zoeken’ zijn te rijmen wanneer men bijvoorbeeld het idee heeft dat de gewenste woningen ‘er toch niet zijn’. Een kwart van de verhuisgeneigden geeft aan dat zij eerst de huidige koopwoning willen verkopen, een vijfde vindt het aanbod niet geschikt, en een vijfde geeft aan vrij kritisch te zijn en het daarom even duurt voordat een goede woning is gevonden.

Ouderen met een hoge opleiding overwegen vaker om te verhuizen. Ze oriënteren zich meer op een toekomstige woning, maar zijn minder geïnteresseerd in woningen die speciaal voor hen bestemd zijn. Daarnaast blijkt dat alleenstaanden vaker verhuisgeneigd zijn. In een dorp is de omgeving (gebrek aan voorzieningen) een belangrijkere factor in het nadenken over verhuizen dan de woning an sich. Stedelingen hebben daarentegen vaker voldoende toegang tot voorzieningen en openbaar vervoer en zien de (ongeschiktheid van de) woning meer als verhuisreden.

Willen ouderen verhuizen – verhuismotieven

Iedere levensfase kent verschillende verhuismotieven. Vanaf het 55ste levensjaar kan er een heroriëntatie komen op het wonen omdat de kinderen het huis verlaten. In de periode 65-75 jaar heeft men meer tijd en wordt het mogelijk de ideale woonomgeving te kiezen zonder rekening te hoeven houden met de werklocatie. Vaak speelt de nabijheid van de kinderen en kleinkinderen wel een rol bij de locatiekeuze. Vanaf 75 tot 80 jaar gaan fysieke beperkingen vaker een rol spelen en wordt de aanwezigheid van zorgvoorzieningen belangrijker bij de keuze van de woning.

Over het algemeen zijn belangrijke motieven om te verhuizen: de gezondheid in combinatie met een minder toegankelijke of geschikte woning. En daarnaast, als belangrijkste motief, onvrede met de sociale kwaliteiten van de buurt. Zo zijn ouderen vaker bang om lastig gevallen of beroofd te worden. En stelt men dat buurtbewoners elkaar nauwelijks kennen. Indirect speelt inkomen hier een rol in, aangezien het vooral om ouderen in goedkope huurwijken gaat.

Willen ouderen verhuizen – woningkeuze

Als ouderen verhuisgeneigd zijn, verkiest twee derde een huurwoning en een derde een koopwoning. Het merendeel van de groep die een huurwoning verkiest, verhuist naar een woning van een corporatie. Tenzij men vanwege een te hoog inkomen aangewezen is op huurwoningen in de vrije sector. De groep senioren die naar een koopwoning verhuist, bestaat vooral uit ouderen van 55-64 jaar. Boven deze leeftijd is dit nog ongeveer een vijfde van de verhuizingen. Naarmate men ouder wordt, valt de keuze ook steeds vaker op een serviceflat of aanleunwoning. Vanaf 75 jaar wenst ongeveer een derde ouderenhuisvesting met enige vorm van dienstverlening.

Wanneer ouderen verhuizen, houden ze vaak rekening met de toegankelijkheid van de nieuwe woning. Zo is twee derde van de verhuisgeneigden op zoek naar een nultredenwoning. Dit betekent echter niet dat die woning ook speciaal voor ouderen bestemd moet zijn. Vooral jongere ouderen willen wel een nultredenwoning, maar nog niet geassocieerd worden met een seniorenlabel. De meeste ouderen verhuizen naar een appartement met lift. Veelal heeft deze woonvorm ook hun voorkeur. Maar de trend duidt ook op een gebrek in aanbod van grondgebonden woningen. Andere keuzecriteria betreffen onder meer de snelheid van beschikbaarheid, de grootte en de nabijheid van voorzieningen.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 1 – Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen
Deel 3 – De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen
Deel 4 – Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving
Deel 5 – Een woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen
Infographic – De woonsituatie en woonwensen van ouderen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen woonwensen

Recent Posts

Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen

Hoe wonen ouderen – de woonwerkelijkheid van ouderen

De woning van ouderen – hoe wonen ouderen echt?

In deze serie artikelen gaan we in op de woonwensen van ouderen. We bespreken om te beginnen de woonwerkelijkheid van ouderen. Hoe wonen ouderen echt? In latere artikelen kijken we vervolgens naar de verhuisgeneigdheid van ouderen. Willen zij graag verhuizen of juist niet? Aansluitend komen de woonwensen van ouderen aan bod. Welke wensen hebben zij wat betreft de woning zelf, en de woonsituatie en -omgeving. Ten slotte vergelijken we deze wensen met de werkelijkheid. Komen deze overeen of zijn er grote verschillen zichtbaar? We geven hierbij ook aanbevelingen aan de betrokken instanties.

De woonwerkelijkheid van ouderen - hoe wonen ouderen?

 

Hoe wonen ouderen – de eigen woning

Ouderen zijn gesteld op hun eigen woonomgeving en willen daar zo lang mogelijk blijven wonen. Ook als hun behoefte aan zorg toeneemt. Zo is 95% van de nog thuis wonende ouderen (zeer) tevreden met de huidige woning(omgeving), en woont bijna 60% van hen al meer dan eenentwintig jaar in dezelfde woning. Veel ouderen kiezen ervoor zorg en diensten aan huis te nemen en hun woning aan te passen, onder meer met behulp van domotica, zodat zij langer zelfstandig kunnen blijven wonen, maar ook hun leven gemakkelijker kunnen leiden en zich veiliger kunnen voelen in hun eigen huis.

Hoe wonen ouderen – woningtypes

Verreweg de meeste ouderen wonen in grondgebonden eengezinswoningen, waarvan een groot deel (semi-)vrijstaande (nultreden)woningen betreft. Zo’n 20% woont in een seniorenwoning of appartement. Slechts zo’n 10% van de ouderen heeft een woning met drie kamers of minder. Speciaal voor ouderen geschikt woonaanbod is vooral gewild onder 75-plussers en ouderen die geen steun van een partner hebben. Echter is het aantal ouderen dat ingeschreven staat bij een verzorgings- of verpleegtehuis tussen 2000 en 2010 van 102.000 naar 90.000 gedaald, zodat verreweg de meeste 80-plussers zelfstandig (al dan niet met ondersteuning) wonen. Ruim 70% van de ouderen bezit een koopwoning, waarbij een waarde rond €200.000 – €250.000 het meest gangbaar is. De bijna 30% van de ouderen die huurt, heeft een inkomen tot €34.000. Zij maken daardoor aanspraak op een sociale huurwoning, zodat huurprijzen zich vooral tussen €360 en €515 concentreren.

Dit artikel is onderdeel van een serie.

Lees meer:

Deel 2 – Willen ouderen verhuizen: verhuisgeneigdheid
Deel 3 – De ideale ouderenwoning – verschillen tussen groepen
Deel 4 – Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving
Deel 5 – Een woning voor ouderen – verschil woonwerkelijkheid en woonwensen
Infographic – De woonsituatie en woonwensen van ouderen
Bronnen – Bronnen 3Bplus artikelen woonwensen

Recent Posts