Weerstand tegen techniek

Innovaties op het gebied van techniek en domotica worden niet altijd (direct) geaccepteerd door de gebruikers. In deze serie artikelen wordt gekeken naar een aantal theorieën die de acceptatie van techniek nader bekijken. Begrip van de acceptatie van techniek kan helpen om innovaties te ontwikkelen, die beter geaccepteerd worden door de gebruiker. Specifieke aandacht in dit artikel voor ouderen en hun acceptatie van techniek en domotica.

De aanwezigheid van techniek leidt niet per se tot de acceptatie van deze techniek door de gebruiker. Acceptatie van techniek kent vele barrières, zoals een gebrek aan steun van bovenaf, slecht design en ongemotiveerde en incapabele gebruikers. Het falen van de meeste producten is echter te verklaren door een gebrek aan gebruikersacceptatie. Als technologische innovaties elkaar steeds sneller opvolgen en er steeds meer falen, zijn inzichten in de determinanten van acceptatie van techniek erg bruikbaar.

Theorieën over de acceptatie van techniek

Door de jaren heen zijn er diverse theorieën en modellen gecreëerd die de acceptatie van nieuwe techniek proberen te doorgronden. Zo stelt de theorie van geredeneerd gedrag (Theory of Reasoned Action; TRA) dat de intentie tot gedrag de beste voorspeller is van gedrag. Deze intentie wordt weer bepaald door de attitude van de persoon over het gedrag en de subjectieve sociale normen omtrent dit gedrag. Met de toevoeging van gepercipieerde gedragscontrole aan de TRA ontstond vervolgens de theorie van het geplande gedrag (Theory of Planned Behaviour; TPB). Gepercipieerde gedragscontrole wordt in deze theorie gedefinieerd als het gepercipieerde gemak waarmee het gedrag uit te voeren is.

In het verlengde van deze theorieën ligt het technologie acceptatie model (Technology Acceptance Model; TAM). Met dit model wordt specifiek gekeken naar de verantwoordelijke factoren voor de acceptatie van (informatie)technologie. Het model stelt dat gepercipieerd nut en gebruiksgemak leiden tot gedragsintentie en daadwerkelijk gedrag. Later is dit model uitgebreid met bijvoorbeeld sociale invloeden, zoals subjectieve norm.

Ook het motivatiemodel (Motivation Model) wordt gebruikt om de acceptatie van (informatie)technologie te verklaren. Dit model stelt dat gedrag gebaseerd is op extrinsieke en intrinsieke motivatie. Volgens de innovatieverspreidingstheorie (Innovation Diffusion Theory; IDT) zijn er verschillende attributen van innovaties aan te wijzen die acceptatie van techniek beïnvloeden. Het gaat om: relatief voordeel ten opzichte van een technologische voorganger, gebruiksgemak, imago, zichtbaarheid in het gebruik van de innovatie, compatibiliteit, aantoonbaarheid van resultaten en vrijwilligheid van gebruik. De sociale cognitieve theorie (Social Cognitive Theory, SCT) stelt ten slotte dat omgevingsfactoren, persoonlijke factoren (waaronder cognitieve en affectieve factoren) en gedrag elkaar wederkerig beïnvloeden.

UTAUT – Unified Theory of Acceptance and Use of Technology

De verklarende kracht van bovenstaande theorieën en modellen neemt toe wanneer deze samengenomen worden. Dit is te zien in de samengevoegde theorie van acceptatie en gebruik van technologie (Unified Theory of Acceptance and Use of Technology; UTAUT). Deze theorie stelt dat drie constructen de hoofddeterminanten van intentie tot gebruik van technologie vormen. Het gaat om: prestatieverwachting, inspanningsverwachting en sociale invloed. Prestatieverwachting is gedefinieerd als de mate waarin de gebruiker verwacht dat het gebruik van het product hem of haar helpt beter te presteren. Inspanningsverwachting betreft de mate van gemak geassocieerd met het gebruik van het systeem. Sociale invloed betreft ten slotte de mate van geloof van een persoon dat belangrijke anderen vinden dat hij of zij het product moet gebruiken.

De uit deze constructen voortvloeiende intentie een techniek te gebruiken, beïnvloedt vervolgens tezamen met een aantal faciliterende condities (zoals de perceptie van beschikbare resources, steun en zelfvertrouwen om het gebruik uit te kunnen voeren) het daadwerkelijk gebruik. Ten slotte modereren individuele verschillen in leeftijd, sekse en ervaring deze relaties. Dit oorspronkelijke UTAUT-model betreft voornamelijk een werksetting. Met toevoeging van factoren als hedonistische motivatie, kosten en gewoonte kan er echter eveneens gekeken worden naar de acceptatie en het gebruik van technologie door consumenten.

Dit artikel is onderdeel van een serie. 

Lees meer:

Share This